arrow_drop_up arrow_drop_down

Glucagon

Glucagon is een hormoon (op basis van het peptide eiwit). De alfacellen (α-cellen) van de eilandjes van Langerhans produceren en scheiden dit hormoon uit. Deze eilandjes bevinden zich in het endocriene deel van de alvleesklier (pancreas). Glucagon laat de bloedsuiker stijgen.

Samenwerking

Glucagon werkt samen met het hormoon insuline om de bloedsuikerspiegel onder controle te houden. Op deze wijze is het lichaam in staat om de bloedsuikerspiegel binnen de ingestelde niveaus te houden. Het wordt vrijgegeven om te voorkomen dat de bloedsuikerspiegel te laag daalt (hypoglykemie). Terwijl insuline wordt vrijgegeven om te voorkomen dat de bloedsuikerspiegel te hoog stijgt (hyperglykemie).

Het hormoon amyline onderdrukt/reguleert de productie van glucagon. Omdat amyline glucagon remt en daardoor verdere stijging van de bloedsuiker voorkomt. Amyline is net als insuline een hormoon (op basis van het eiwit peptide) dat tegelijk  met insuline uit de bètacellen (B-cellen) van de pancreas wordt uitgescheiden. Als de glucosespiegels in het bloed plasma lager worden, verlaagt ook de amyline-secretie (uitscheiding) de onderdrukking van de alfa-cellen, waardoor glucagon-secretie weer mogelijk wordt. Hierdoor kan de bloedsuiker weer stijgen.

Bij mensen met diabetes type 1 worden de insuline-producerende cellen aangevallen waardoor er ook (bijna) geen amyline meer beschikbaar is die de glucagon kan remmen. Binnen de structuur van de eilandjes van Langerhans zijn de alfacellen en de bètacellen in elkaars nabijheid verspreid over een eilandje. Tevens produceren de alfacellen in de maag ook glucagon. Recent onderzoek heeft aangetoond dat de productie van glucagon ook buiten de pancreas kan plaatsvinden, waarbij de darm de meest waarschijnlijke plaats is voor extrapancreatische glucagonsynthese (productie buiten de alvleesklier om).

De rol van Glucagon

De rol in het lichaam is om te voorkomen dat de bloedglucosespiegel te laag daalt. Om dit te doen, werkt het op verschillende manieren in de lever:

  • Het stimuleert de omzetting van opgeslagen glycogeen (opgeslagen in de lever) in glucose, die kan worden vrijgegeven in de bloedbaan. Dit proces noem je glycogenolyse.
  • Het bevordert de productie van glucose uit aminozuurmoleculen. Dit proces noem je gluconeogenese.
  • Het vermindert glucoseconsumptie door de lever. Door zoveel mogelijk glucose in de bloedbaan uit te scheiden lukt het om de bloedglucosespiegel te handhaven.

Tevens stimuleert het de afbraak van vetvoorraden in de bloedbaan waardoor het lichaam het vet vrijmaakt uit het vetweefsel.

De afgifte wordt gestimuleerd door:

  • lage bloedglucose
  • eiwitrijke maaltijden
  • adrenaline (een ander belangrijk hormoon voor de bestrijding van lage glucose). 

De afgifte wordt voorkomen door:

  • verhoogde bloedglucose
  • koolhydraten in maaltijden, gedetecteerd door cellen in de alvleesklier. 

Op langere termijn is glucagon cruciaal voor de reactie van het lichaam op gebrek aan voedsel. Het stimuleert bijvoorbeeld het gebruik van opgeslagen vet voor energie om de beperkte hoeveelheid glucose te behouden.

Glucagon dien je toe door middel van een injectie om de verlaagde bloedglucose te herstellen (zelfs bij bewusteloze patiënten). Het kan de glucoseafgifte uit de glycogeen-voorraden meer verhogen dan insuline het kan onderdrukken. Het effect van glucagon is echter beperkt, dus het is heel belangrijk om een koolhydraatmaaltijd te eten als de persoon voldoende is hersteld om veilig iets te kunnen eten. Bij een hypoglycemie waar alcohol de medeveroorzaker is, kan er geen glycogeen worden vrijgemaakt. Daarom is het in deze situatie noodzakelijk om een infuus met glucose oplossing toe te dienen.