arrow_drop_up arrow_drop_down

Geschiedenis van insuline

Geschiedenis van insuline
Voordat in 1921 de insuline werd ontdekt, leefden mensen met diabetes niet lang. Artsen konden niet veel voor hen doen. De meest effectieve behandeling was een zeer strikt dieet met een minimale inname van koolhydraten. Dit kon ten hoogste nog een paar extra jaren opleveren, maar was niet levensreddend. Sommige artsen schreven slechts 450 calorieën per dag voor. Deze extreem lage calorie inname zorgde er soms zelfs voor dat patiënten stierven van de honger.

In 1889 ontdekten twee Duitse onderzoekers, Oskar Minkowski en Joseph von Mering, wat het gevolg was wanneer de pancreas (alvleesklier) bij honden werd verwijderd. De dieren ontwikkelden symptomen van diabetes en stierven kort daarna. Dit leidde tot de ontdekking dat de alvleesklier de plaats is waar "pancreasstoffen" (insuline) wordt geproduceerd.

Latere onderzoekers ontdekten dat het niet om de pancreas zelf ging maar dat het zich beperkte tot de eilandjes van Langerhans. Dit is de naam voor clusters van gespecialiseerde cellen in de pancreas. In 1910 vermoedde Sir Edward Albert Sharpey-Shafer dat bij mensen met diabetes slechts één chemische stof in de alvleesklier ontbrak. Hij besloot dit chemische insuline te noemen, dat komt voor het Latijnse woord insula, wat 'eiland' betekent.

In 1921 bedachten Frederick Banting (een jonge chirurg) en zijn assistent Charles Best bedacht hoe insuline te verwijderen uit de pancreas van een hond. Sceptische collega's zeiden dat het spul eruit zag als "dikke bruine modder", maar weinig wisten ze dat dit zou leiden tot leven en hoop voor miljoenen mensen met diabetes.

Op 11 januari 1922 kreeg Leonard Thompson (toen 14 jaar) uit Canada, in een ziekenhuis in Toronto, de eerste injectie met insuline. Dokter Frederich Banting was zijn arts. Binnen 24 uur daalden de gevaarlijk hoge bloedglucosewaarden van Leonard tot bijna normale niveaus. De gezondheid van Leonard verbeterde door deze insuline-injecties en hij leefde daarna nog dertien jaar. Hij stierf in 1935 op 27 jarige leeftijd aan longontsteking. Het nieuws over insuline verspreidde zich als een lopend vuurtje over de hele wereld. In 1923 ontvingen Banting en Macleod de Nobelprijs voor geneeskunde, die ze deelden met Best en Collip.

Kort daarna begon het farmaceutisch bedrijf Eli Lilly met grootschalige productie van insuline. Het duurde niet lang voordat er voldoende insuline was om het hele Noord-Amerikaanse continent te bevoorraden. In de volgende decennia ontwikkelden fabrikanten een aantal langzamer werkende insulines, de eerste geïntroduceerd door Novo Nordisk Pharmaceuticals, Inc. in 1936.

Insuline van runderen en varkens werd jarenlang gebruikt om diabetes te behandelen en miljoenen levens te redden, maar het was niet perfect, omdat het bij veel patiënten allergische reacties veroorzaakte. De eerste genetisch gemanipuleerde, synthetische 'menselijke' insuline werd in 1978 geproduceerd met behulp van coli-bacteriën om de insuline te produceren. Eli Lilly ging in 1982 verder met de verkoop van de eerste commercieel beschikbare biosynthetische humane insuline onder de merknaam Humulin.

Insuline komt nu in vele vormen voor. Van een normale humane insuline, die identiek is aan wat het lichaam zelf produceert, tot ultrasnelle en ultralang werkende insulines. Dankzij tientallen jaren onderzoek kunnen mensen met diabetes nu kiezen uit verschillende formules en manieren om hun insuline te gebruiken op basis van hun persoonlijke behoeften en levensstijl. Van Humalog tot Novolog en van insulinepennen tot pompen, insuline heeft een lange weg afgelegd. Het is weliswaar nog geen remedie voor diabetes, maar het is wel letterlijk een levensredder.